1
Schil 600 g aardappelen en 250 g wortelpeterselie. Snij in gelijke stukken (de wortelpeterselie iets kleiner) en zet net onder water. Voeg zout toe, dek af en breng aan de kook.
2
Leg 200 g boerenkool op de aardappelen, dek weer af en kook/stoom het geheel gaar in 15-20 minuten.
3
Verwarm 2 rookworsten in de verpakking in een pannetje met water in circa 20 minuten. Zorg dat het water niet gaat koken.
4
Bak 75 g runderspekjes knapperig in een koekenpan in een drupje olie. Laat uitlekken op keukenpapier.
5
Giet de aardappelen, wortelpeterselie en boerenkool af, maar bewaar wat kookvocht. Stamp alles tot puree met een flinke klont boter en eventueel wat kookvocht. Roer 1 el mosterd erdoor en breng op smaak met peper en zout.
6
Serveer de stamppot met de runderrookworst, runderspekjes en eventueel nog wat extra mosterd.