Zet een ruime pan water met zout op. Snij 150 g groene kool in dunne reepjes en kook ca. 6 minuten. Spoel koud af en zet weg.
2
Verwarm olie in een wok of hapjespan. Schil 150 g wortelpeterselie en snij in dunne halve maantjes en voeg toe. Snij ½ stuks ui in halve ringen, voeg toe en fruit tot glazig. Snij intussen 175 g kastanjechampignons in plakjes. Voeg de kastanjechampignons toe en bak stevig tot ze wat gebruind zijn, schud af en toe om.
NB: Gebruik de kleinste ui(en) voor dit recept.
3
Voeg als de ui glazig is 1 bakje rokerig specerijenmengsel en laurierblad toe, schep een paar keer om. Blus af met 1 el balsamicoazijn. Voeg ¾ bakje crème fraîche toe met per persoon ca. 2 el heet water. Dek af en laat zachtjes verder pruttelen.
Goed om te weten: In het specerijenbakje voor 2p zit: 0,5 tl rookzout, 0,5 tl gerookt paprikapoeder en 1 laurierblaadje. In het bakje van 4p zit een dubbele hoeveelheid.
4
Rooster intussen 30 g amandelschaafsel in een (grote) droge koekenpan – je gebruikt deze pan straks ook voor de gnocchi. Let op dat het niet aanbrandt! Leg op een bordje om af te koelen.
5
Verwarm een flinke klont boter en een beetje olie in de koekenpan en bak daarin 300 g gnocchi in ca. 6 minuten bruin en knapperig. Schud de pan regelmatig.
6
Voeg de gare kool bij de saus, samen met ½ pakje witte bonen (met aanhangend vocht) en warm nog even door. Breng de saus op smaak met een kneepje citroensap en peper uit de molen. Als je zout mist, voeg dan een lepeltje sojasaus toe.
7
Serveer de gebakken gnocchi met de champignon-groene koolsaus en garneer met het amandelschaafsel.