Snij ½ stuks rode ui in dunne halve ringen. Meng in een kommetje met 1 el rodewijnazijn, een snufje zout en eventueel een klein snufje suiker. Zet apart en schep af en toe om.
3
Rooster 30 g zonnebloempitten in een ruime (groot genoeg voor de groenten straks) droge koekenpan of hapjespan tot ze beginnen te kleuren. Laat afkoelen op een bordje.
4
Snipper intussen 1 stuk gele ui. Pers of snij 1 teentje knoflook fijn. Verwarm een flinke scheut olie in de pan en fruit de gele ui en knoflook zachtjes aan. Voeg zout toe.
5
Kook 150 g orzo al dente in ca. 8-10 minuten en giet af (bewaar een klein scheutje kookvocht).
6
Verwijder loof en onderkant van 1 stuk venkel en snij in kleine blokjes. Snij ook ½ stuks paprika in stukjes. Voeg bij de ui. Strooi 1 tl gedroogde tijm of oregano erover en bak ca. 5 minuten mee op middelhoog vuur.
7
Halveer 200 g cherrytomaatjes en laat ½ blikje maïs uitlekken. Voeg bij de groenten en bak nog 3 tot 4 minuten mee, tot de tomaatjes zacht worden. Giet ½ pakje lupinebonen af en voeg toe, zodat ze mee warmen.
8
Schep de gekookte orzo bij de groenten en warm zachtjes mee. Voeg eventueel wat van het bewaarde pastakookvocht toe om het smeuïg te maken. Voeg de olie van ¾ bakje geitenkaasblokjes toe en proef op zout en peper.
9
Verwijder de grote stelen van 40 g waterkers en hak grof. Haal de orzo van het vuur en schep de waterkers losjes door het gerecht.
10
Serveer de orzo in diepe borden. Verdeel de ingemaakte rode ui (laat het vocht eerst even uitlekken) erover. Garneer met de geitenkaasblokjes en de geroosterde zonnebloempitten.